Friso Huizinga eerste ambassadeur van de Heideberg

Friso Huizinga eerste ambassadeur van de Heideberg

Friso Huizinga eerste ambassadeur van de Heideberg

Op de zeepkist voor een unieke organisatie

Friso Huizinga (46) is de eerste ambassadeur van Hospice De Heideberg. Op persoonlijke titel wil hij helpen het werk van de professionals en vrijwilligers bekender te maken. ,,Ik vind het heel eervol dat ik gevraagd ben ambassadeur te worden van deze unieke organisatie, maar voor mij gaat het verder dan alleen je naam ergens aan verbinden. Ik wil adviseren op het gebied van promotie en fondsenwerving en ondersteunen door partijen te verbinden. Die uitdaging ga ik heel graag aan.

Mij is met de paplepel ingegoten dat het belangrijk is om vrijwilligerswerk te doen. Ik weet niet beter dan dat mijn ouders dat bij verschillende verenigingen en organisaties deden, maar ook mijn zus en ik waren van jongs af aan als vrijwilliger actief. Het hoorde bij onze opvoeding; jezelf nuttig maken voor de maatschappij. Tegenwoordig is die vanzelfsprekendheid minder dominant aanwezig, zie ik om mee heen. Dat is jammer, want ik vind dat iedereen een steentje zou moeten bijdragen aan de wereld om je heen.

Een diepe buiging

Hospice De Heideberg draait voor het overgrote deel op vrijwilligers. Ik vind het onvoorstelbaar knap hoe soepel alles loopt. Een diepe buiging voor de professionele wijze waarop alles is georganiseerd. Uit ervaring weet ik hoe lastig het is om iedereen tevreden te houden. Ik vind het echt fantastisch dat op werkelijk ieder gebied veel kennis en expertise aanwezig is en dat dat allemaal samenkomt in een stichting die ongelooflijk mooi werk doet. Het is een unieke, hele bijzondere organisatie die enorm veel warmte uitstraalt.

Liefdevolle ondersteuning

Dat ik niet lang hoefde na te denken over het ambassadeurschap, heeft te maken met het overlijden van mijn vader en een goede vriend twee jaar geleden. In 2016 werd mijn vader ziek. Hij had slokdarmkanker en stierf na een ziekbed van 3,5 maand. Hij is thuis verzorgd en is ook thuis overleden. Als zoon heb ik alles natuurlijk van heel dichtbij meegemaakt; het was mijn eerste ervaring met terminale zorg. Hij is maar 68 jaar geworden, dat is natuurlijk veel te jong. Het was een ongelooflijk heftige periode, maar ook heel waardevol omdat je alles nog met elkaar kunt bespreken. We zijn daarin zeer liefdevol ondersteund door zeer ervaren mensen, die allemaal beschikten over een groot empathisch vermogen.

Mijn vriend Simon de Hoog was nog jonger. Hij overleed twee jaar geleden op 62-jarige leeftijd. Simon koos er in overleg met zijn gezin voor om naar de hospice in Beverwijk te gaan. Hij heeft daar ruim twee weken gelegen en ik ben daar een paar keer op bezoek geweest. Ook bij Simon heb ik mogen ervaren hoe liefdevol en respectvol hij verzorgd werd in de laatste fase van zijn leven. Zo wordt een afscheid, hoe verdrietig ook, toch heel waardig.

Warm en saamhorig

Ik heb bij De Heideberg een rondleiding door het huis gekregen. Die eerste kennismaking voelde erg warm. Door mijn ervaringen uit het verleden en mijn betrokkenheid bij vrijwilligerswerk was ik direct verkocht. Ik zag hoe zelfs in de hectiek de juiste mechanismen in werking traden. De medewerkers kennen allemaal hun taak en dragen ieder op de eigen wijze bij aan het leven van de gasten tot op de laatste minuut zo prettig mogelijk te maken. Zoals je het zelf zou willen hebben, ook voor je nabestaanden. De saamhorigheid die je in de Heideberg voelt, is echt heel bijzonder. Het is iets om trots op te zijn.

Op de zeepkist

Ik zou iedereen op willen roepen om zich heen te kijken. Waar zou ik een paar uurtjes per week mijn tijd in willen steken? Dat vind ik een belangrijk uitgangspunt als je kijkt naar mijn rol als ambassadeur. Ik ben heel graag bereid om op de zeepkist te gaan staan en een lans te breken voor de Heideberg. Benadrukken hoe belangrijk vrijwilligers zijn bij deze fantastische voorziening. Het lijkt mij heel inspirerend om de verhalen te horen van de mensen die hier werken. Ik kijk er naar uit om met ze in gesprek te gaan en te horen wat ze drijft.

Wilma Vermunt en Ingeborg Baumann